Firma R. de Ruiter en Zonen



Van leerlooierij tot boterfabriek in Blokzijl


De mannelijke (De) Ruiters die vóór 1850 geboren werden, hebben voor het overgrote deel hun brood verdiend in de turf, of turfhandel. Al op jonge leeftijd gingen ze met hun vader mee en leerden de vaardigheden van turfmaker, veenwerker of (turf)schipper. Een enkeling wist zich op te werken tot veenbaas.
Maar er waren uitzonderingen. Vroege voorbeelden zijn Jan Jans Ruijter (1580-?), koopman, Marten Jans (1620-?), schoolmeester te Muggenbeet, en Jan Wijchers Ruijter (1640-?), bakker.
Ook in de negentiende eeuw waren er Ruiters die een ander ambacht kozen. Dit artikel beschrijft de geschiedenis van de leerlooierij in Blokzijl, waarin de familie De Ruiter gedurende een belangrijk deel van de negentiende eeuw een centrale rol speelde.

Toen de bedrijvigheid in de veengebieden rond Blokzijl begon af te nemen, trokken veel inwoners naar de lage venen in Zuidwest-Friesland, waar de turfwinning juist van start ging. Doordat de bedrijvigheid in de turf afnam, moesten veel inwoners van Blokzijl op zoek naar andere broodwinning.
Door de aanwezigheid van zoveel turf in de naaste omgeving en de gunstige ligging aan goed bevaarbare waterwegen bood Blokzijl alle ruimte voor het onstaan van lokale industrie. Er ontstonden kleine industrieën, zoals scheepswerfen, een zoutziederij (waar zout gewonnen werd door zeewater te koken), een kalkoven (waar schelpen werden gebrand tot ongebluste kalk), een houtzagerij en een leerlooierij. De laatste moet er al sinds de tweede helft van de 18e eeuw zijn geweest, maar daarvan zijn geen gegevens gevonden. Aan het begin van de 19e eeuw komen we de familie Bavink als eigenaar en leerlooier tegen. Dit was een doopsgezinde koopmansfamilie, waarvan vader Jacob en zijn zonen Hendrik, Willem en Jacob in het bedrijf actief waren. Vader Jacob was naast leerlooier ook burgemeester en gemeenteontvanger van Blokzijl.

Waarom een leerlooierij in Blokzijl? 
Door de veehouderij in de Kop van Overijssel was de aanvoer van voldoende huiden gegarandeerd. De ligging aan diverse waterwegen was ideaal voor zowel de aanvoer van eikenschors (voor looizuur) als het transport van het gelooide leer. En natuurlijk niet onbelangrijk: de schoenmakers, zadelmakers en wagenmakers in de regio vormden een vaste afzetmarkt.

Leerlooierijen waren vanwege de stank bij voorkeur aan de rand van de bebouwing gevestigd, vaak aan een gracht, sloot of vaart. Dat water was nodig voor het spoelen van de huiden en de afvoer van afvalwater.


Advertentie 3 mei 1845
Maar in de loop van de 19e eeuw zag de familie Bavink blijkbaar geen toekomst meer voor hun leerlooierij en bood het complex te koop aan. Ze plaatsten de volgende advertentie:

Als eerste valt de laatste regel op: "De aanwijzing zal geschieden door den gewezen Meesterknecht R.D. de Ruiter te Blokzijl...".
Dat is Reinder Dirks de Ruiter, toen 33 jaar oud. Hij was kennelijk een ervaren vakman en had als meesterknecht een belangrijke positie binnen de looierij gehad. Dat hij als voormalig meesterknecht de aanwijzing van het complex verzorgde, laat zien dat hij het bedrijf en de gebouwen goed kende.
De advertentie geeft een indrukwekkend beeld van het bedrijf. Het complex omvatte een woning, een touwerij, een leerpakkerij, een droogschuur en een looiersschuur, naast 46 uitmuntende kuipen, gereedschappen en een erf van ruim twaalf roeden (zo'n 200 vierkante meter). De 46 kuipen waren essentieel voor het looiproces. De huiden werden hierin gedurende langere tijd behandeld met looistoffen, onder meer afkomstig uit eikenschors. De droogschuur was bestemd voor het drogen van het gelooide leer.

De advertentie noemt als ligging de “de Groote Vaart van Amsterdam naar Steenwijk”. Dat past bij de uiteindelijke kadastrale vondst. Op de kadastrale kaart van 1832 staat perceel 266a namelijk expliciet aangeduid als „Looijerij”. De looierij lag als een langgerekt gebouw langs de stadsgracht, naast het huis en erf op perceel 266. Een zoektocht naar de precieze locatie heb ik apart beschreven. Zie "De leerlooierij in Blokzijl".


Advertentie 1 mei 1873
Wie de looierij gekocht heeft valt niet gemakkelijk na te gaan, maar in 1873 lezen we opnieuw in een advertentie: 

Deze advertentie maakt duidelijk dat de firma R. de Ruiter en Zonen officieel is opgericht bij notariële akte van 28 april 1873, met ingang van 1 mei 1873.
De vennoten zijn (de broers) Dirk de Ruiter, winkelier, en Willem de Ruiter, zonder beroep (maar natuurlijk werkzaam in het bedrijf).

En vervolgens staat er letterlijk:
"...tot het voortzetten der leerlooierij, wolblooterij en taanderij huns vaders, den heer R. de Ruiter..."

Hoewel de koopakte uit 1845 vooralsnog niet is gevonden, laat de combinatie van beide advertenties weinig twijfel over de gang van zaken. Reinder Dirks de Ruiter, die in 1845 nog als gewezen meesterknecht van de looierij wordt genoemd, moet het bedrijf kort daarna hebben overgenomen. In 1873 wordt de onderneming immers door zijn zonen voortgezet als de firma R. de Ruiter en Zonen.
Reinder vond het na 30 jaar blijkbaar tijd om het bedrijf over te dragen aan de volgende generatie. Wellicht was hij al ziekelijk, want in 1878 kwam hij te overlijden.
Opvallend is dat er behalve de leerlooierij ook nog sprake is van een:
  • wolblooterij – het reinigen en voorbereiden van wol; het "blooten" was het ontdoen van onzuiverheden voordat de wol verder werd verwerkt;
  • taanderij – de productie of verwerking van taan (gemalen eikenschors), het looimiddel dat in de looikuipen werd gebruikt, maar ook voor het tanen van visnetten.

Dat betekent dat de familie niet alleen leer produceerde, maar ook een deel van de grondstoffenketen beheerste. De firma zou zich bovendien bezighouden met "...den handel in huiden en andere doorgaans daarmede verwante zaken..."
Dat laat zien dat het geen klein ambachtelijk werkplaatsje meer was, maar een onderneming die ook handelde. Kortom: de looierij was een flink bedrijf.

De eerste zoon Dirk de Ruiter was behalve leerlooier en winkelier ook op andere terreinen actief. In 1884 wordt hij genoemd als beheerend vennoot van een stoombootdienst; in 1894 was hij voorzitter van de kerkvoogdij. Hij behoorde daarmee duidelijk tot de notabelen van Blokzijl.

Uit de gemeentelijke administratie blijkt dat de andere zoon, vennoot Willem de Ruiter, in 1884 naar Meppel verhuist en later naar Leiden. Daar overlijdt hij in 1889, nog altijd met leerlooier als beroep. Zijn zoon Pieter is mogelijk met hem meegegaan; in 1901 trouwt hij in Rotterdam. Later komen we hem in Den Haag tegen, eerst als vleeshouwer en vervolgens als slager.

De neergang 
Met het vertrek van Willem lijkt zijn broer Dirk vanaf omstreeks 1884 alleen aan het hoofd van de looierij te hebben gestaan, al is de precieze eigendomsverhouding nog niet met een akte vastgesteld. Tegelijkertijd rijst de vraag hoe rendabel de onderneming nog was.
Aan het einde van de negentiende eeuw kwam de traditionele, ambachtelijke productie steeds meer onder druk te staan. Stoomkracht, mechanisering en schaalvergroting maakten het mogelijk om goedkoper en efficiënter te produceren. Voor kleinere bedrijven die grotendeels op handkracht werkten, werd de concurrentie daardoor steeds moeilijker.
Of de looierij van De Ruiter daar al vóór 1890 daadwerkelijk onder leed, weten we niet. Wel staat vast dat de onderneming een moeilijke periode tegemoetging.


Bericht maart 1890




Bericht 22 april 1895
Maar dan slaat het noodlot toe. Op 24 maart 1890 breekt er brand uit in de leerlooierij:


Toch blijkt Dirk nog steeds vertrouwen te hebben gehad in zijn onderneming. Na de brand wordt de looierij opnieuw opgebouwd, en het nieuwe gebouw is aanzienlijk verzorgder en moderner van opzet dan het oude complex. Het oude woonhuis bij de brug is toen waarschijnlijk afgebroken, en de voorkant van de nieuwbouw werd als woonhuis ingericht. Het bedrijf bleef echter betrekkelijk bescheiden van omvang.
Of de nieuwe looierij de concurrentie met de steeds verder industrialiserende leerindustrie het hoofd kon bieden, is moeilijk vast te stellen. Feit is dat de onderneming geen duurzaam succes werd. Vijf jaar na de brand wordt Dirk de Ruiter failliet verklaard:

Voor Dirk moet dit een enorme klap zijn geweest. Het bedrijf waarin zijn vader en hijzelf en zijn broer tientallen jaren hadden gewerkt, was verloren: het einde van de leerlooierij als familiebedrijf van de De Ruiters.
Maar daarmee was de ondernemingsgeest van Dirk de Ruiter nog niet verdwenen. Enkele jaren later vinden we hem terug in een heel andere bedrijfstak: de zuivel.

De boterfabriek   
De heer B. Keuter zag in de leegstaande looierij een mogelijkheid om deze om te bouwen tot boterfabriek. De bereikbaarheid was immers ideaal voor de aanvoer van melk met pramen en schuiten uit de omgeving. De melk werd waarschijnlijk nog niet aangevoerd in de ons bekende melkbussen, maar men gebruikte koperen melkkannen, houten/andere melktonnen en emmers.

Fragment artikel 1901
Nou was Barend Keuter bepaald geen onbekende van de familie De Ruiter. Immers: hij was in 1887 getrouwd met Wilhelmina de Ruiter, een dochter van Dirk. De link met de vroegere leerlooierij wordt duidelijk uit dit fragment uit 1901:

De voormalige leerlooierij is dus gekocht door de schoonzoon van Dirk, met de bedoeling om er een boterfabriek in te vestigen. Deze fabriek kan men zien als een vroege vorm van schaalvergroting van de traditionele boerderijboterbereiding. Waar de boer in zijn melkkelder melk en room bewaarde en vervolgens zelf karnde, werden bij Keuter de melk van meerdere leveranciers verzameld, gekoeld en centraal verwerkt.

Bericht 6 december 1897
Het karnen en de verdere boterbereiding vonden op grotere schaal plaats. In 1897 werd vervolgens een stoommachine aangeschaft, waarmee de fabriek de stap naar mechanische zuivelverwerking zette:

Aan het eind van de 19e eeuw ontstonden overal op het platteland coöperatieve zuivelfabrieken. De machinale verwerking van melk tot boter en kaas kon veel efficiënter en hygiënischer in een fabriek. In zo'n fabriek was iedereen eigenaar; de kosten en de baten werden hoofdelijk omgeslagen. Zelfs een particulier met één koe kon zijn melk via de coöperatie afzetten zonder zelf boter te hoeven maken. Dat is economisch aantrekkelijk: de boer of veehouder kreeg een afzetkanaal en hoefde niet zelf over de apparatuur, het karnen en de verdere verwerking te beschikken.

Bericht 11 mei 1901
Plotseling verschijnt daar weer de naam van Dirk de Ruiter. Hij is een vennootschap met M. Jorna en H. Wilgenkamp aangegaan met de bedoeling een zuivelfabriek op te richten. In hoeverre dit in samenwerking met Keuter is gegaan, is me niet duidelijk geworden. Was er naast de fabriek van Keuter met zijn beperkte capaciteit en mindere efficiëntie nog ruimte voor een 'echte' stoomzuivelfabriek?
Hoe dan ook, de vennootschap is geen lang leven beschoren. Al het volgende jaar trekt M. Jorna zich terug; hij solliciteert en wordt directeur van een zuivelfabriek in Kootwijkersbroek.

Met het vertrek van Jorna is het ook gedaan met de aspiraties van Dirk de Ruiter op het gebied van zuivel. Rond deze tijd zijn de verenigde veehouders van Blankenham bezig met plannen maken voor een coöperatieve zuivelfabriek.

7 maart 1898
Zij hebben zelfs overwogen om de fabriek van Keuter over te nemen, maar dat gaat niet door. Enkele jaren later komt er een nieuwe, grote, zuivelfabriek "De Volharding" te staan aan de Lagewal in Blokzijl. Die fabriek zal in de volgende jaren verschillende keren worden uitgebreid, en pas in 1973 sluiten. Op het voormalige fabrieksterrein worden dan de huizen gebouwd die er nu nog staan.

En Dirk de Ruiter? Hij houdt nog steeds zijn winkel in de Brouwerstraat, en na zijn dood nemen zijn ongehuwde dochters Berendina Anna en Anna de winkel over. In 1937 werd de winkel in kruidenierswaren en drogisterij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder de naam mej. B.A. en A. de Ruiter. Vermoedelijk heeft deze winkel tot 1948 bestaan. De zussen vertrekken daarna naar Meppel, en daarmee eindigt de geschiedenis van deze ondernemende tak van de familie de Ruiter.


Een zoektocht naar de precieze locatie van de leerlooierij vind je hier: "De leerlooierij in Blokzijl".





Bronnen

  • Het Gildenhuys (in de persoon van Klaas Bergkamp)
  • Delpher
  • Hisgis
  • Wiewaswie
  • Archief Ruitersporen
  • Mijn AIssistent



Jaap Ruiter
19 augustus 2026