Introductie
Iedereen kent waarschijnlijk wel de slechte naam die veenbazen in het algemeen hadden.
Die slechte naam hadden ze te danken aan hun uitbuiting van de arbeiders : een minimaal loon, mensonterende woon- en werkomstandigheden en onmenselijk lange werkdagen. Ze woonden in een wereld waarin het verschil tussen arm en rijk misschien niet groter was dan we tegenwoordig kennen, maar het merendeel van de bevolking was zó arm dat in leven blijven een primaire zorg was.
Hiermee wil niet gezegd zijn dat alle veenbazen principieel slecht waren, maar in de relatie tussen veenbazen en arbeiders namen de laatsten een puur afhankelijke positie in. Daarbij kwam ook nog dat veenbazen meestal het gezag en de kerk aan hun zijde wisten. Arbeiders waren met andere woorden volkomen overgeleverd aan de wensen en grillen van een veenbaas en er was niemand die oog had voor hún belangen.
Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam hierin verandering toen arbeiders zich gingen organiseren. Het is ook niet voor niets dat de grove misstanden in de veenpolders een rijke voedingsbodem vormden voor de ideeën van het socialisme.
Hoewel het overgrote deel van onze familie (veen)arbeider is geweest, treffen we in onze gelederen ook een aantal veenbazen aan. Vier daarvan zijn van bijzonder belang want zij trokken rond het begin van 19e eeuw vanuit Muggenbeet/Wetering naar de Friese laagveengebieden; het zijn :
Onder het menu-item "overzicht" vind je een overzicht van alle beschikbare artikelen rond dit thema.
Foutje gevonden? Commentaar? Meld het via het reactieformulier!
Die slechte naam hadden ze te danken aan hun uitbuiting van de arbeiders : een minimaal loon, mensonterende woon- en werkomstandigheden en onmenselijk lange werkdagen. Ze woonden in een wereld waarin het verschil tussen arm en rijk misschien niet groter was dan we tegenwoordig kennen, maar het merendeel van de bevolking was zó arm dat in leven blijven een primaire zorg was.
Hiermee wil niet gezegd zijn dat alle veenbazen principieel slecht waren, maar in de relatie tussen veenbazen en arbeiders namen de laatsten een puur afhankelijke positie in. Daarbij kwam ook nog dat veenbazen meestal het gezag en de kerk aan hun zijde wisten. Arbeiders waren met andere woorden volkomen overgeleverd aan de wensen en grillen van een veenbaas en er was niemand die oog had voor hún belangen.
Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam hierin verandering toen arbeiders zich gingen organiseren. Het is ook niet voor niets dat de grove misstanden in de veenpolders een rijke voedingsbodem vormden voor de ideeën van het socialisme.
Hoewel het overgrote deel van onze familie (veen)arbeider is geweest, treffen we in onze gelederen ook een aantal veenbazen aan. Vier daarvan zijn van bijzonder belang want zij trokken rond het begin van 19e eeuw vanuit Muggenbeet/Wetering naar de Friese laagveengebieden; het zijn :
- de broers Dirk en Joost Wiegers de Ruiter (tak 2),
- Rein Wiegers Ruiter (tak 3) en
- Wolter Hendriks Ruiter (tak 4).
Onder het menu-item "overzicht" vind je een overzicht van alle beschikbare artikelen rond dit thema.