Nogmaals Ruter, Ruijter, Ruyter en Ruiter
Eerder schreef ik al eens een kort verhaal over de verschuiving van de “u”-klank naar de “ui”-klank : “Van 'U' ... naar 'UI'”
Deze keer belicht ik specifiek de situatie rond onze achternaam.
Deze keer belicht ik specifiek de situatie rond onze achternaam.
De oervorm van onze achternaam is “Ruter”. Door klankverschuiving in het taalgebruik werd de “u” meer een “ui” klank (maar niet in de dialecten van het Nederlands, evenmin in het Fries). Om dit in schrift weer te geven, schreef men achter de “u” een “i”, of zelfs “ii”, als aanduiding van een lange “u”.
Om de “ii” te onderscheiden van een “u” of een “n”, werd de tweede “i” naar onderen verlengd, zoals in een “j”. Het werd dus “ij”. Dat is formeel geen letter, maar echt een “i” gevolgd door een “j”. Bij het gebruik van Romeinse cijfers in akten zie je hetzelfde verschijnsel; ook daar werd altijd de laatste “i” van een reeks geschreven als een “j”. Acht (8) werd dan geschreven als “viij”.
Ten slotte werden de puntjes op de “ij” vaak weggelaten, want het was wel duidelijk dat het een “ij” was. Omdat er geen vaste spelling bestond (en ook niet persoonlijk gebruikt werd), kon de ene variant een paar woorden verder gevolgd worden door de andere variant. Voor ons komt dat heel vreemd over.
Bij het transcriberen van oude akten ben je gebonden aan het tegenwoordige machineschrift, waarop de “ij” combinatie zonder puntjes ontbreekt (al heb ik leren typen op een Scheidegger typmachine waar de “ij” als losse letter wel aanwezig was).
Hoe om te gaan met deze twee varianten is in verschillende delen van ons land verschillend opgelost (volgens lokale afspraak door de archieven). Zo wordt in Gelderland een “y” gebruikt als “ij” zonder puntjes. Als in een stuk de “ij” dan weer met puntjes, dan weer zonder, voorkomt, wordt in het eerste geval “ij” getypt, en in het tweede geval een “y”.
In Groningen heb ik geleerd, dat de “ij” met puntjes identiek is aan de “ij” zonder puntjes. Dan is het vreemd om toch twee manieren van schrijven te gebruiken. Daar wordt geleerd, om altijd “ij” te schrijven, ook al staan er dan geen puntjes op. Die zijn sowieso soms bijna niet te zien op oude scans.
Ik voel het meest voor de laatste methode, ook al heb ik intussen verschillende transcripties gemaakt op de Gelderse manier. Het is lastig om hier consequent in te zijn, en wellicht niet eens zo belangrijk.
De generaties uit de 16e - 18e eeuw van onze (De) Ruiterfamilie schreven hun achternaam steevast als “Ruijter”. Niemand schreef “Ruyter”, want de “y” kende men eigenlijk niet, behalve in enkele leenwoorden, zoals bv. Byzantium en hypothese.
Ook de Zutphense Ruyterfamilie schreef in deze eeuwen de achternaam als “Ruijter”.
Maar net als bij onze vriend Michiel de Ruyter (die zelf zijn naam als “Ruijter” spelde) schreef men in drukwerken en getypte documenten (19e eeuw) in latere tijden de naam vooral als “Ruyter”. Dat laatste wordt als sjieker beoordeeld en dus meer toepasselijk voor onze zeeheld.
Ikzelf heb ervoor gekozen om de achternaam van de Zutphense familie altijd als “Ruyter” te schrijven, ook al hebben ze dat zelf nooit gedaan. Ik gebruik dat als onderscheid met onze eigen Ruijters, waarvan ik de achternaam als “Ruijter” schrijf (tenzij er natuurlijk “Ruiter” staat).
Simpelweg om ze makkelijker uit elkaar te houden, meer niet.
![]() |
Foutje gevonden? Opmerkingen? Meld het via het reactieformulier! |

vorige