Catharina von Reutern VI


 
Georg von Brevern heeft in een aantal boeken zijn familie beschreven. Een apart boek wijdde hij aan zijn overgrootmoeder Catharina von Reutern, dat ik in het Nederlands heb vertaald, en in 6 delen op de website heb gezet. Dit is het zesde en laatste deel.


De vele landgoederen stonden niet op naam van Catharina maar op die van haar gestorven man. Omdat het huwelijk kinderloos was gebleven was het de vraag in hoeverre de weduwe hier aanspraak op kon doen gelden, want er was geen testament.
De verwanten van Bohn lieten haar weten dat ze recht meenden te hebben op een erfdeel ter waarde van 10.000 roebel. Uiteindelijk werd dit bepaald op 5600 roebel, dat is 13.300 Hollandse guldens, nog een flink bedrag.
Zusters van de generaal, wier aanspraken op de erfenis door de weduwe waren afgewezen, vervloekten hun schoonzuster met al haar nakomelingen tot in de vijfde graad. In mijn jeugdjaren en ook nog veel later heb ik verhalen gehoord dat ten gevolge van deze vloek van alle bezittingen van generaalsvrouw von Bohn alleen nog Maart en Jaggowal in handen van de familie von Brevern zijn gebleven. Overigens was de ene zuster van generaal von Bohn al veel eerder overleden zodat alleen de stiefzuster deze vloek had kunnen uitspreken.

In het voorjaar van 1746 maakte keizerin Elisabeth in gezelschap van de jonge grootvorst Peter [de latere tsaar Peter III, JR] en zijn nóg jongere vrouw Catharina een reis naar Reval. Bij deze gelegenheid bewees de monarch de goede herinneringen die ze bewaard had aan de twee jaar eerder gestorven Carl von Brevern, door zijn moeder en de jongste broer hartelijk te ontvangen. Op verzoek van generaalsvrouw von Bohn schonk de keizerin op 14 junie haar en haar kinderen in aandenken aan haar gestorven zoon de twee naast elkaar gelegen stenen huizen die tsaar Peter II ooit aan generaal von Bohn toegekend had.
Na afloop van dit bezoek keerde Catharina terug naar Maart. Peter von Brevern en zijn gezin begeleidden haar, ook al voelde hij er weingi voor om de staatsdienst in st. Petersurg te verruilen voor de provincie.
Maar de zeven en zetigjarige moeder kon zijn steun gebruiken. Met het voorgevoel dat ze niet lang meer te leven had trof ze haar laatste beschikkingen betreffende de Estische bijbelvertaling, waarvan zij en haar tweede echtgenoot zich zo hadden ingespannen.

Twee jaar later stierf Catharina von Bohn op 21 oktober 1746 in Maart, omringd door haar zoon Peter, diens hoogzwangere vrouw, en kleindochter Catharina von Rading. Reeds de 23e maakte de zoon in aanwezigheid van de nichten een inventaris op van alle aanwezige kleinnoden, zilverwerk etc. en twee dagen later baarde zijn vrouw hem een tweede dochter Anna Dorothea.
[Bijlage 18. Deze inventaris zal in een toekomstig artikel behandeld worden, JR]

Omdat de broers, de zwager en de neven afwzig waren hield hij de hele administratie in eigen hand en haastte zich hun het sterfgeval te melden met het verzoek om bekend te maken wanneer ze tot een erfverdeling konden komen.
Op 12 februari 1747 werd Catharina von Bohn in de Domkerk begraven, een bewijs hoe het in het midden van de 18e eeuw gewoonte was om begrafenissen pas na maanden uit te voeren.

Voor de besprekingen over de erfverdeling waren verschenen: luitenant Hermann von Rading als kleinzoon, diens zuster Catharina die reeds in Maart was, de assessor Johan von Löwenstern als echtgenoot van de enige dochter van Hermann von Brevers uit naam van zijn vrouw en zijn onmondige zwager Georg, Gisbert von Reutern als kleinzoon; uit naam van zijn afwezige broer Ernst hun vader Hermann von Reutern die bovendien tezamen met zijn broer Johann als naaste bloedverwant (neven van de overledene) uit Lijfland overgekomen om overleg te voeren, de rechten van de afwezigen te behartigen en bij onenigheid te beslissen.
Na uitvoerig overleg werd op 14 september 1747 door alle aanwezigen de verdeling van de erfenis ondertekend en bezegeld.
[Bijlage 19. Deze verdeling zal in een toekomstig artikel behandeld worden, JR]

Volgens landrecht hebben de zonen tweemaal zoveel rechten als de dochters op de landgoederen; de huizen, de obligaties, contanten, juwelen, inventaris en uitrusting worden gelijkelijk over broers en zusters verdeeld.

De zonen van de in het jaar 1734 overleden derde dochter Beata Christiana von Reutern zijn al enige keren genoemd [Beate was getrouwd met haar neef Gisbert von Reutern, JR].
De oudste - Gisbert - met een gravin Stenbock uit Kolck getrouwd is in de stamlijsten van de familie als Hosteinische kamerheer en bezitter van Orrenhof en Kau in Estland bekend. Zijn zoon Magnus Gisbert was in Franse krijgsdienst geweest en was later bezitter van Orrenhof en Afer in Estland. Ik meen dat Magnus Gisbert die als luitenantgeneraal stierf uit zijn huwelijk met mejuffrouw von Albrecht zonen heeft nagelaten, maar de familie heeft geen bezit meer in Estland. [Hier is de schrijver abuis; het was Magnus Gisberts zoon Maxime die met Olga Albrecht getrouwd was, en met haar maar liefst zes zonen kreeg, JR].
De jongste zoon van Beata Christiana was Ernst von Reutern, luitenant in Pruisische dienst. Hij was in het jaar 1746 bij zijn regiment in Stargard [± 30 km oostelijk van Stettin in het tegenwoordige Polen, JR] gearresteerd omdat hij op verzoek van zijn oom afscheid wou nemen om naar de verdeling van de erfenis van zijn moeder te komen. [De schrijver is hier wat vaag; vermoedelijk had Ernst zijn afwezigheid onvoldoende verantwoord en werd hij beschuldigd van desertie? JR].
Zijn verdere lotgevallen zullen nu verteld worden, die een eigenaardig licht werpen op de tijdsgeest.

In het voorjaar van 1746 was Friedrich von Stackelberg, geboren op het Lijflandse eiland Oesel, die als bevelhebber in dienst van het Pruisische leger was, op vakantie naar huis gekomen om zich te verloven. De voorzitter van de landsregering van Oesel, die vijandig stond tegenover deze familie, had het bericht verspreid dat Stackelberg alleen gekomen was om jonge edelen in Lijfland voor Pruisische dienst te werven/ronselen. Als gevolg hiervan was hij gearresteerd en naar opperbevelhebber graaf Lascy in Reval gestuurd waar keizerin Elisabeth zich destijds ophield. Zij beval om de arrestant naar St. Petersburg te sturen, waar hij zich als Russische onderdaan zou moeten verantwoorden.
In het jaar 1747 werd bevolen om Stackelberg over te dragen aan de krijgsraad, als antwoord op zijn verzoek hem een korte vakantie toe te staan, zodat hij in Berlijn uit dienst kon treden. Het schijnt dat men hem had opgedragen om dan meteen in Russische dienst te treden. De krijgsraad veroordeelde hem daarom tot de doodstraf, met de mogelijkheid dat de keizerin hem gratie kon verlenen door hem als onderofficier in een Siberisch garnizoen te benoemen. Elisabeth nam er genoegen mee om hem in St. Petersburg onder arrest te laten, hetgeen bewijst dat de vraag of er sprake was van werkelijke schuld er niet toe deed. De arrestatie van Von Reutern in Stargard was niet vergeten.
Ondanks alle verzoeken van Von Reutern aan de Pruisische koning en Stackelberg aan de Russische keizerin wenste geen van beiden de eerste stap te zetten om volkomen onschuldige mensen vrij te laten.
Toen in mei van het jaar 1750 Von Reutern opnieuw een verzoek om vrijlating deed aan de koning kreeg hij het volgende karakteristieke antwoord:

Uw schrijven van de 18e heb ik in goede orde ontvangen. Hoe graag ik ook aan uw verzoek zou willen voldoen, u zult begrijpen dat zolang kapitein von Stackelberg nog in Russische gevangenschap gehouden wordt, ik niets voor u kan doen, totdat hij op vrije voeten wordt gesteld. Waarbij ik nog mijn medeleven betuig over het noodlot dat u getroffen heeft en u verzeker dat ik voor het overige uw betrokken koning blijf.
                                                                      Berlijn, 23 mei 1750


Afrondend:
Ernst von Reutern bleef ondanks herhaalde verzoeken in de gevangenis. Wel moest hij met zijn regiment meedoen aan militaire oefeningen. Toen brak de Zevenjarige Oorlog uit (vanaf 1756) die aan alle hoop een einde maakte. Von Reutern was intussen getrouwd met mejuffrouw von Wedel en moest mee op veldtocht naar Saksen [deelstaat Saksen met hoofdstad Dresden, JR] en stierf in het jaar 1757 aan koorts zonder kinderen na te laten.

Hoe het Stackelberg verder vergaan is, is onbekend...

[Ik meen deze geschiedenis ook nog op een andere plek te hebben gelezen; als ik die bron opnieuw kan vinden zal ik over deze trieste gebeurtenissen een apart verhaal schrijven. JR]








Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

    vorige    volgende 

Georg von Brevern heeft in een aantal boeken zijn familie beschreven. Een apart deel wijdde hij aan zijn overgrootmoeder - Catharina von Reutern. Ik heb dit boek vertaald, en vanwege de lengte in zes delen op de website gezet:



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video