Johan Gerrits Ruyter en Elsken Schencken



Naar ik aanneem loopt de verbinding van onze familie (De) Ruiter met de Zutphense Ruyterfamilie via het echtpaar Johan Gerrits Ruyter en Elsken Schencken, zie stamboom..
Het is daarom interessant om deze twee personen eens nader te belichten.

Van Johan is niet veel bekend. Zijn naam komen we slechts een paar maal tegen in de Zutphense archieven, onder andere in 1548 als hij met zijn vrouw “Eelsken” genoemd wordt als hypotheekgever. In een andere belangrijke akte, uit 1565, vermaakt “Elsken, weduwe van Johan Ruthers” al haar ‘gereed goed’ aan Henrick Ruther en zijn zuster Ailheidt.
Dat klopt met wat we van de stamboom weten: dat zijn de broer en zus van Johan.
De oudere zuster Wilhelma wordt niet genoemd; blijkbaar is zij reeds overleden. Een oudere broer Gerhard wordt ook niet genoemd. Ook dat is in overeenstemming met wat we weten:  hij is omstreeks 1520 verkast naar Lübeck en daar in 1564 overleden.
In twee aktes die bewaard worden in het Historisch Centrum Overijssel wordt Johan Ruter genoemd als belendende buurman in Muggenbeet. Op 23 april 1562 en op 17 september 1563. In de laatste akte wordt gesproken van 'de erfgenamen van Johan Ruter'. Een belangrijke aanwijzing dat het hier wel degelijk gaat om Johan Gerrits Ruyter.

Van Elsken (haar doopnaam is ongetwijfeld Elisabeth geweest) weten we iets meer, omdat we haar naam een aantal malen tegenkomen in de kerkmeestersrekeningen van de Walburgiskerk in Zutphen. Van de jaren 1570 - 1586 zijn daarvan transcripties op internet te vinden.
Allereerst haar achternaam; waarschijnlijk stamt ze uit de aanzienlijke familie Schenck. Ik heb haar achtergrond niet verder kunnen traceren; dat komt ter zijner tijd nog wel eens.

Na het overlijden van haar man krijgt Elsken lijfgeld van de kerk:

“Selige Johan Ruters wijf 2 daeler toe lijfgelde op ten vijftienden Maii
Zellige Jhohan Rueters vijff hefft toe lieffgelde jaerlixs 9 gulden ende 18 stuiver Brabants”


In 1571 vinden we deze aantekening:

“Op Sint Simon ende Juden ontfangen van zalige Johan Ruters wijf Elsken Scincken hondert ende 25 daler, dair sij van den kercke jaerlix van to lijfgelde boeren sall tot oeren leven alle jaer 11 ½ daler ad 30 stuiver Brabants, valet honderd ende 33 statgulden ind 26 stuiver Brabants”


Met ander woorden: Elsken legt eenmalig 125 dalers in, en ontvangt daaruit elk jaar een lijfrente van 11 ½ daler.   Een daler is - net als nu nog de daalder - 30 stuivers.
Elk jaar ontvangt ze deze twee lijfrentes:

“Dee weduve zhaliger Johan Ruuitterss ghyfft men jairlickss thoe lijffgellde op Meii 9 gulden und 18 stuiver
Noch dee weduve Jan Ruuitterss vurschreven thoe liffgellde 11 ½ daler ad 30 stuiver op Victoriss, valeth 12 gulden und 9 stuiver”


In 1580 vinden we deze aantekening:

“Item den 23 Februuarii anngeeworven soedain handtschryfft Ellssken Schenckenn thoe Deventer”

Blijkbaar woont Elsken (in ieder geval in 1580) in Deventer; dat wisten we nog niet.

In 1582 zijn deze betalingen klaar :

“Op dessen vijftienden Septembriss duisse op offt gedachte weduve in den Heren verstorven, der Heer verleen oyr ein froliche operstantenisse”



De transcripties zijn beschikbaar vanaf 1570 maar de periode daarvoor - terug tot 1562 - bevat misschien voor ons belangrijke informatie. De jaargangen 1562 - 1564 zijn als scan te lezen. In zo’n scan valt niet met zoektermen te zoeken, en daarom moet het boek pagina voor pagina gelezen worden. Dat valt niet mee. Ik heb in deze scans niets kunnen vinden. De scans voor de jaargangen na 1564 heb ik aangevraagd. We wachten af...