Opperwachtmeester P. Broeksma


 
Onderstaande tekst vond ik heel toevallig in het 'Kleine Krantsje' van 7 oktober 1964. Het Kleine Krantsje was een veelgelezen tweewekelijks Leeuwarder blad waarvan de edities sinds enige tijd digitaal op het internet beschikbaar zijn gekomen.
Piet Broeksma was getrouwd met een zuster van mijn grootvader, Dirkje Ruiter.


De heer P. Broeksma, Sumatrastraat 9, - een dezer dagen ontmoet in de stad - is een stadgenoot met een bewogen levensgeschiedenis. Hij kwam hier in 1934 bij de Rijkspolitie in het Paleis van Justitie. Daarvoor was de heer Broeksma wachtmeester in Twijzel-Buitenpost. Ook stond hij als gemeenteagent in Beverwijk en Drachten. In de eerste wereldoorlog was hij sergeant ziekenverpleger in het leger.
De laatste oorlog heeft voor hem het meest betekend, zoals voor zoveel mensen de oorlog een ommekeer heeft gebracht.

Als politieman bekleedde men in die dagen een bijzonder kwetsbare functie, zowel voor het publiek als voor het persoonlijk geweten. In 1942 gaf hij er dan ook de brui aan en ruilde zijn uniform voor een burgerpakje bij het departement van Economische Zaken. Hij kon het niet langer aanzien, dat hij collega's, Joden en burgers moest opbrengen. Intussen stond de heer Broeksma in nauw contact met de ondergrondse en dat bleef ook zo, toen hij bij Economische Zaken werkte. Het werk breidde zich zelfs uit. We komen niet veel over deze periode te horen: 'Ik heb alleen mijn christenplicht gedaan'. Het enige wat de heer Broeksma vertelt, is het verhaal van de vijf Rotterdammers, die opgesloten zouden worden in Leeuwarden, omdat ze voedsel uit Friesland haalden met schepen.

Hij zorgde er voor , de de vijf man ontsnapten en ondergebracht werden. Door de Duitsers een hak te zetten kreeg hij de schepen - die vast lagen in Staveren - los en van de voedselcommissaris kreeg hij gedaan dat de schepen toch naar Rotterdam mochten vertrekken. De inhoud was er echter bijna voor de helft uitgeplunderd door de Duitsers. Na een gesprekje met de heer Koopmans bood deze spontaan aan de schepen bij te vullen. Over geld werd niet gesproken.

Nu was er nog een probleem. Hoe komen de Rotterdammers in Staveren? Auto's, bussen of treinen reden er niet. Bij de lijkkistenfabrikant Piet Boonstra stond nog een lijkwagen en deze bracht de oplossing. De heer Broeksma stapte er met de vijf Rottersdammesrs in en onder de stank van de gasturbine ondernam men de weinig comfortabele reis naar Staveren. De schepen werden losgemaakt en via het IJsselmeer kwam 120 ton voedsel veilig in Rotterdam.


In 1950 kwam de heer Broeksma weer bij de politie terecht. Hij kreeg er schoon genoeg van, trok er in 1954 stilletjes tussenuit en ging met pensioen. Nu heeft hij een merkwaardige hobby: mensen helpen die het moeilijk hebben. 'Daar heb ik nu de tijd voor' zegt de 69 jarige heer Broeksma.
Hij beweegt zich op allerlei terreinen en overal waar hij komt doet hij zijn werk met liefde. Daarnaast werkt hij bij een verzekering. Zonder brood kan niemand leven, ook al heb je als 'hobby' sociaal werk.




Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!