Testament Ermgart Ruyters



datum1 augustus 1472
betreftErmgart Henricks Ruyter
bronNL-ZuRAZ, Heer Hendrikshuis, 0356, inv.nr. 109  (wat betekent deze code?)
afbeeldingakte
In de tekst :
   ??  = onleesbaar
   ?  = niet helemaal duidelijk
   [...] = passage overgeslagen
   [xx] = aanvulling van ligaturen
              en afkortingen
   car. gl. = caroli gulden
   [mijn opmerking, JR]

Samenvatting en transcriptie (Gelre XXI, 1918): J. Gimberg




Samenvatting

Uit het testament blijkt, dat deze armenhuisjes in de Baggeroord stonden en Ermgart Ruyters bij uiterste wilsbeschikking het voortbestaan harer stichting wenschte te verzekeren door er enkele inkomsten aan te verbinden en het bestuur ervan aan den pastoor der Nieuwstadskerk en diens opvolgers op te dragen. Ook vermaakte zij nog eene jaarlijksche uitkeering van 9 pond, waarvoor de beide kerkmeesters der Nieuwstadskerk op haar sterfdag of kort daarna wittebrood aan alle arme ingezetenen zouden uitdeelen en eene zelfde rente van 3 pond voor het onderhoud dier kerk. Voor den pastoor besprak zij een oud schild en voor de beide kerkmeesters ieder een half pond per jaar voor hunne moeite.
Het testament, dat zij in duplo liet opmaken ¹, werd den eersten Augustus 1472 voor den notaris Henricus Hoefken verleden, die het van zijn merk voorzag. Tusschen enkele zakelijke, in het Latijn gestelde mededeelingen van den notaris is de volgende uiterste wilsbeschikking van Ermgart Ruyters ingelascht:

Transcriptie

lek Ermgart Ruyters, van der Gaitz gnaden gesont ende mechtich miins liiffs ende myner viiff zynne, betrachtende, dat nyet sekers en is den sterflicken mynschen dan die doet ende nyet onsekers dan die ure dess dodes, hebbe ther eren Gaides ende der weerder maget Marien ende allen Gaitz Heiligen myne testament ende lesten willen by rade miins priesters ende biechtvaders gemackt ende gegeven, maken ende geve in manieren ende gevoege hiirna beschreven, beheltlicken my hyrenthienden, dat ick ditselve testament off eyn ander alletiit verbeteren ende nierren off mynren moige, diewyle ick leve.
In den yrsten bevele ick Got almechtich miin ziele ende kieze myne groeve opther Nyherstat kerckhoff by off in grave myner zeliger olderen ende myner bruederen ende susteren, die dair begraven ziin.

Voirt [s]o geve ick voir myne ziele ende ziele zelijge Henricks Ruyters, miins vaders, ende Alyden Ruyters, myner moider, ende voir alle oirre kynder ende ons vrunde ziele die viiff huyse[rke]ns opther selver Nyerstat an Basseroirde (Basseroord, straat in Nieuwstad), so die nu bewoent ende gelegen ziin tusschen Wysscher schuer to wezen plach, ende huyse wilner der priesteren van her Florishuyss bynnen Deventer then ewigen daigen omme Gaitz willen schemell, arme luyde, die rekelick [ende] vredelick leven, inne to woenen, welcke huyser ende armen, als die persoenen dairin ende uit to setten, als dess noit geboeren sall ende [die] huyser in racke, dacke ende tymmer to holden, her Peter Esselinck, kercker (kerkheer = pastoor) opther Nyerstat vurs. (vurschreven=eerder genoemd), ende syne nakomelingen then ewige[n] [djagen regiren ende verwaeren sullen in state ende eren to blyven, dair ick den huyserkens ende armen nu voirt yrste toe gegeven heb van to tymmeren ende in racke ende dacke to verwaeren twee Rinsche gulden jairlix uit huysinge Andries van Mermuyden, in der Kommerstrate  (tegenwoordig Komsteeg) gelegen, ende myne gairden, gelegen buyten der Nyerstatpoirten an den Hesmerckt tusschen gair[den] Johans ther Luyr Hermans zoens ende gairden Hillen van Coelen, in vurwerden, off die huyser ende armen dair jairlix wes an veraeverden (=daarvan iets overhielden), dat men totten tymtner vurs. nyet en behoefden, off dat hem meer renthen ankomende wurden, alst—offt Got—wilt, sall, dat solden die armen hebben to vollenste oirre barnynge ende ander noitdroft, off die renthen vorder wiessen ende anqwemen ende men vorder dairfvan] vermochte.

Ende opdat die kercker ende syne nakomelinge vurs. dit tho beth ende vliitlicker verwaeren, so heb ick hem in die papelicke provande ende der kercken renthe nu gegeven ende gemaickt enen olden schilt jairlicker renthen uit huysinge Wichman Uterdincks, opther Nyerstat gelegen, den zie thiendens den loene van Gaide erflicken hebben, besitten ende voir oeren arbeyt gebruycken sullen, opdat zie ommers gheen gebreck hyrinne en laten vallen.

Noch heb ick Ermgart vurschr. in die ere Gaitz gegeven ende Geride van Bramell ende Herman ther Havick, in der tut kerckmeisteren opther Nyerstat, ende oeren nakomelingen gevest derthien pondt jairlicker renthen uit der huysinge vurs., die den priesters van heren Floris toe to behoren plach, gelegen opthen hueck van der straten ende langes Basseroirde vurs., mitter eener zyden, ende der armen huyss vurs. mitter ander zyden, in vurwerden, dat die kerckmeister vurs. alle jare voir negen ponde der renthen vurs. eyn spyndinge doen sullen voir my, mynen olderen ende vrunde vurs. an wetene broide allen armen na vermoigen der vurs. negen ponden, welck spyndinge geschien sall op mynen sterffdach off kortz dairna, wanner ment yrste bygebrengen kan.

Ende want an den derthien ponden jairlix dan noch aeveren vier ponde jairlix, so sullen die kerckmeistere ende oire nakomelingen dairvan in oirs selfs nut ende oirber hebben eyn pondt jairlix voir oeren arbeyt, die spindinge to beloepen ende to bearbeyden, welck pondt zie onder hem beyden geliick dellen sullen. Ende die ander drie pondt jaerlix sullen die kerckmeistere alle jaeren heffen ende boeren to volleste der tymmeringe Onser Liever Vrouwen kercken opther Nyerstat (tegenwoordig St. Janskerk) vurs. geliick andere renthen, die in die tymmeringe vurs, gehoeren.

Dit woe vurs. is, is miin leste will ende will, dat dit vast ende stantafftich zy ende then ewigen daigen aldus woe vurs. is, geholden woerde buyten yemantz wederseggen ende sonder all argelist (=te goeder trouw).

¹) Het ééne exemplaar werd met de stukken, welke erbij behoorden, in het
archief van het Heer Hendrikshuis geborgen, terwijl de kerkmeesters der Nieuwstadskerk
het andere in bewaring kregen.



Betekenis

Een uitgebreid artikel "Testament van Ermgart Ruyter" is aan deze akte gewijd.

Bijgewerkt: 19 augustus 2021