Het gouden oorijzer


Eén van de leden van de Afgescheiden Kerk in Tjalleberd was Feikje Tuinsma uit Oldeboorn.
Ouderling van dezelfde kerk was Johannes Reins Ruiter en met háár trad hij in 1838 in het huwelijk.
Deze Feikje verkocht omstreeks 1840 haar gouden oorijzer om de arme Afgescheiden gemeente van Tjalleberd financieel te helpen, maar niemand mocht dat weten. Haar koperen oorijzer poetste zij zo blinkend, dat het niemand ooit is opgevallen.
Een andere lezing is, dat zij haar gouden oorijzer verkocht om de boetes te kunnen betalen die de Afgescheidenen kregen wegens het bijwonen van ongeoorloofde samenkomsten. Het koperen oorijzer is in de familie bewaard gebleven. Het is nu in bezit van mevr. A. Douma - van Wijngaarden. Zij is een dochter van Cornelis van Wijngaarden en Geesje Ruiter.

Wat is nu eigenlijk een oorijzer?
Oorspronkelijk droeg men een hoofddoek of een muts, maar om afwaaien te voorkomen verzon men een mogelijkheid om de muts op het hoofd vast te houden: een oorijzer.
We komen het tegen bij verschillende klederdrachten in ons land. De Friese, Groningse en Drentse klederdracht lijken veel op elkaar.
Het Fries costuum met gouden oorijzer en kanten muts was eigenlijk de dracht van welgestelde burgerdames en rijke boerinnen. Vrouwen van arbeiders kwamen hooguit toe aan een smal koperen of ijzeren oorijzertje.
Meestal werd het gouden oorijzer voor de zondag gereserveerd en hield men het zilveren of koperen voor in de week.

Over het kortgeknipte haar werd een wit katoenen mutsje gezet. Dat was goed wasbaar. Aan de achterkant zat een extra strookje, waardoor het haar niet meer te zien was. Over het witte mutsje kwam een mutsje van zwart satijn, waarop zilver of goud goed uitkwam. Dan kwam het oorijzer op en daar overheen de kanten floddermuts die naar achteren toe een afhangende strook met stolpplooien heeft.
Deze muts wordt met een draad op het voorhoofd aangetrokken en met siernaalden vastgezet aan het oorijzer, waarin enkele gaatjes zitten.
Veel vrouwen volstonden in het dagelijks leven met het dragen van het witte en het zwarte mutsje met het oorijzer, dus zonder floddermuts.
Men liep dan in het bleate earizer (blote oorijzer).



Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!
Omstreeks 1840 verkocht Feikje Tuinsma haar gouden oorijzer om de afgescheiden gemeente van Tjalleberd financieel te steunen. Ze verving het door een koperen exemplaar en door goed te poetsen heeft niemand het ooit gemerkt...
Dit koperen oorijzer is in de familie bewaard gebleven.

Uit : Zijn wieg stond in het turvenland
door A. Douma - van Wijngaarden (1998, Meppel).

Mijn bewerking - JR



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video