In het verzet


 
Dirk Cornelis Ruiter heeft zijn verzet tegen de Duitsers in de 2e W.O. met de dood moeten bekopen.
Met toestemming overgenomen uit : "Zijn wieg stond in het turvenland"
door A. Douma - van Wijngaarden (1998, Meppel).


Dirk Cornelis Ruiter (1918-1944) Zoon van Jacob Johannes Ruiter en Catharina Geertruida Schot. Hij werd in Amsterdam geboren en groeide op in Almelo.
Na de lagere school bezocht hij de ambachtsschool en werd bouwvakker.
In 1936 moest hij in militaire dienst. Hij had graag bij de marine gewild vanwege zijn schippersafkomst van moederskant, maar hij kwam terecht bij de infanterie in Arnhem.
In 1939 met de Mobilisatie werd hij gelegerd in Achterberg bij Rhenen-Grebbeberg. Na de capitulatie op 14 mei 1940 trok het Nederlandse leger zich terug achter de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Op 7 juni 1940 kwam Dirk weer thuis in Almelo op de verjaardag van zijn moeder.
Daarna werkte hij op het distributiekantoor in Almelo. Toen in 1943 alle Nederlandse militairen zich moesten melden bij de Duitsers is hij ondergedoken in Bergentheim.
Hij heeft nog geprobeerd bij oom Leendert Schot op het schip te komen, maar die durfde dat niet aan, omdat er op de schepen veel gecontroleerd werd.

Nadat het ergste gevaar geweken was, woonde Dirk gewoon weer thuis.
Tot hun grote schrik ontdekten zijn moeder en zijn zuster Janna op een gegeven moment een revolver in zijn nachtkastje. Daaruit bleek, dat hij in het verzet zat. Hem werd goed op het hart gebonden, dat hij voorzichtig moest zijn. Helaas is hij op 23 september 1944 te Zenderen door de Duitsers gefusilleerd.

Het verzet         Al in het begin van de Tweede Wereldoorlog ontstonden er plaatselijke verzetsgroepjes, die van elkaars bestaan niet op de hoogte waren. Hun verzet tegen de Duitse bezetting bestond uit kleine prikakties, die later zouden uitgroeien tot meer georganiseerde verzetsdaden en sabotagehandelingen.
Eind 1941 ontstond de eerste landelijke organisatie: de Orde Dienst (O.D.). Zij maakten en verspreiden illegale blaadjes en bouwden een inlichtingendienst op.

In het najaar van 1942 werden de Landelijke Organisatie (L.O.) en de Landelijke Knokploegen (L.K.P.) opgericht. De L.O. gaf hulp aan onderduikers, de L.K.P. organiseerde overvallen om zo aan distributiebonkaarten en persoonsbewijzen voor die onderduikers te komen. In 1943 werd de Raad van Verzet (R.v.V.) opgericht, bestaande uit veel oudmilitairen, die zich speciaal toelegde op het sabotagewerk: het opblazen van bruggen en
spoorlijnen, het verzamelen van inlichtingen en het verzenden van gegevens naar Engeland. In september 1944, omstreeks Dolle Dinsdag, slaagde prins Bernhard er in al die verschillende verzetsgroepen te verenigen in de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.), ondanks onderlinge rivaliteit.

In 1942 werden in Twente door ds F. Slomp (alias Frits de Zwerver) de verschillende plaatselijke groepjes gebundeld in de Twentse L.O. en L.K.P. Leider werd Johannes ter Horst, een 28-jarige bakker uit Enschede.

De centrale post van de Twentse Knokploegen werd gevestigd in Huize Lidwina te Zenderen, een rusthuis beheerd door de familie Hilbrink. Vader Sietze had twee zoons: Cor die leider was van de K.P. Zenderen en Coen die niet in het verzet zat, maar wel koeriersdiensten voor zijn broer deed.
Het huis lag vrij geïsoleerd, in een rustige omgeving en in Zenderen kwamen niet veel Duitsers en er woonden geen N.S.B.-ers.
Een ideale plek voor het verbergen van onderduikers, wapens en het organiseren van verzetsdaden. Meestal waren er wel zo'n 10 á 12 mensen in het huis aanwezig.
Dick Ruiter was één van hen.

Huize Lidwina

De groep was betrokken bij verschillende overvallen op distributiekantoren en het bevrijden van L.O.-ers en L.K.P.-ers uit gevangenissen.

In mei 1944 werd de grondlegger van de L.O., Frits de Zwerver door de Duitsers gearresteerd en in Arnhem in de Koepelgevangenis opgesloten. Een groep K.P.-ers onder leiding van Johannes ter Horst bedacht een plan om Frits de Zwerver daar uit te bevrijden en dat lukte tien dagen later!

Na Dolle Dinsdag september 1944 was de groep dag en nacht in touw met spoorwegsabotages. Er werden vanuit Engeland wapens gedropt bij Wierden en drie militairen met zendapparatuur. Zij moesten de verzetsmensen instrueren, hoe men met de wapens en apparatuur om moest gaan. Zij vonden onderdak in Huize Lidwina.

Op vrijdag 22 september 1944 ging Johannes ter Horst op zijn motor van Lidwina naar Almelo voor een bespreking. Hij werd aangehouden door een Duitser en gearresteerd. Al schietend probeerde hij te ontvluchten, maar hij werd getroffen en zwaar gewond alsnog het gebouw van de S.D. (Sicherheits Dienst) binnengebracht. Toen dit bericht bekend werd op Lidwina werden daar onmiddellijk de nodige maatregelen getroffen. Zoveel mogelijk papieren en wapens werden uit het huis gehaald en ergens anders ondergebracht. Ook de drie gedropte militairen werden met hun zendapparatuur naar een veiliger plek gebracht.

Er gebeurde die nacht niets bij de villa. Daarom gingen enkele verzetsmensen weer naar het huis om de rest van de wapens te halen.
Die zaterdagmorgen, 23 september 1944, kreeg een groep S.D.-ers opdracht om naar Zenderen te gaan. Ze namen een gearresteerde jonge vrouw mee. Op haar aanwijzen kwamen ze bij het toegangshek van Huize Lidwina, waardoor in het huis de alarmbel begon te rinkelen. Onmiddellijk namen de verzetsmensen de S.D-ers onder vuur. Dit werd door de Duitsers beantwoord met vuur uit hun geweren en machinepistolen.

Mensen van de K.P. en koeriersters vluchtten weg. Coen Hilbrink werd neergeschoten.
Dick Ruiter werd geraakt en probeerde nog schietend weg te komen, maar hij werd overmeesterd. Vader Sietze Hilbrink probeerde weg te komen, maar ook hij werd gevangen. Dick Ruiter (25 j) en Sietze Hilbrink (64 j) werden eerst naar binnen gebracht en later naast het huis gefusilleerd. Daarna werden hun lichamen met dat van Coen Hilbrink in het huis gelegd. De villa werd eerst nog geplunderd en daarna opgeblazen.

Johannes ter Horst werd diezelfde avond nog gefusilleerd te Usselo.

Na de bevrijding van Almelo en omgeving op 4 april 1945 konden de gefussilleerden pas geïdentificeerd en begraven worden.
Posthuum is het B.S.-insigne door prins Bernhard uitgereikt aan de nabestaanden van de K.P.-groep afdeling Zenderen.
Hun namen, met die van vele anderen, staan op het Overijssels verzetsmonument in Markelo, waar nog elk jaar een herdenking plaats vindt.


Opdat wij niet vergeten!


Naschrift 23 september 2014
In Zenderen is herdacht dat precies 70 jaar geleden Huize Lidwina in Zenderen werd overvallen door de Duitse bezetter. Daarbij kwamen drie verzetsmensen om.
Zie hiervoor : Herdenking aanslag op Huize Lidwina





Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

    vorige    volgende 

Dirk Cornelis Ruiter heeft zijn verzet tegen de Duitsers in de 2e W.O. met de dood moeten bekopen.

Overgenomen uit : Zijn wieg stond in het turvenland
door A. Douma - van Wijngaarden (1998, Meppel).



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video